Ik hou van mij
5 januari 2017
MIJN STRIJD, JOUW STRIJD.
6 februari 2017

De 33-jarige Bibi komt uit een gezin van vier en is geboren in Suriname. Vanaf haar 16e jaar woont ze in Nederland. Bibi heeft een bijzonder verhaal, een verhaal wat haar sterker heeft gemaakt als persoon en hoe ze nu in het leven staat. Ze is geen prater maar vandaag, hier bij mij op de bank, neemt ze de grote stap. Ze loopt binnen en wacht netjes tot ik haar een plek aanbied om te zitten. Een beetje zenuwachtig kijkt ze om zich heen. Ik ken dat gevoel en weet haar gelukkig snel op haar gemak te stellen. Als ik haar vraag waarom ze nu wel wil praten antwoordt ze dat ze haar verhaal vanaf een andere kant zou willen bekijken. Bibi is maatschappelijk werkster maar begon als helpende in de zorg. Ze wist altijd al dat ze met mensen wilde werken en ging door een heel traject heen voordat ze precies wist wat voor zorg ze wilde bieden. Ze wilde niet alleen zorgen, ze wilde verder gaan. Voor haar doel gaan was de beste keus die ze kon maken.

Hoelang werk je als maatschappelijk werkster?

“Ik doe dit werk al zeven jaar en het voelt als mijn droombaan omdat ik er voldoening uit haal en er ook echt van geniet, ondanks dat het soms erg zwaar kan zijn. Ik wil graag verder groeien in de hulpverlening en misschien wil ik ook wat met de Psychiatrie doen. Erg complex maar heel interessant.”

 Wat vind je er zo interessant aan?

 “Ik heb zelf negen jaar therapie gehad en daarmee heb ik leren omgaan met mijn emoties. Het werd voor mij duidelijk waarom ik was hoe ik was en bepaalde keuzes maakte. Sommige dingen beginnen al heel vroeg. Ik ben opgegroeid door mijn tante vanaf mijn 6e tot mijn 16e. Mijn broer en mijn zussen waren onderverdeeld over de familie zodat mijn moeder zich kon focussen op een goede toekomst voor ons. Ze besloot dit in Nederland te doen. Helaas kwam ik terecht bij een tante waar niemand naartoe wilde. Ik weet nog dat ik er blij naartoe ging, de verdeeldheid tussen mijn broer en zussen en het feit dat ik afscheid moest nemen van mijn moeder verdrong ik. Ik probeer de mooie momenten te onthouden van mijn verblijf bij mijn tante, maar alles wat ik voelde en weet is dat de liefde ver te zoeken was, en over je gevoel praten was moeilijk omdat daar toch niet naar werd geluisterd.”

Je denkt dus liever niet terug aan die tijd?

“Ik ben ervan overtuigd dat je fijne herinneringen vasthoudt dus dan had ik het wel geweten als ik een fijne opvoeding had gehad. Ik kreeg een andere behandeling dan haar kleinkind die na enige tijd ook bij haar introk. Het waren heftige jaren en ik moest altijd doen wat er gezegd werd. Ik moest ook vaak leugens vertellen tegen haar man omdat ze er relaties op na hield het heeft me jaren achtervolgd omdat ik me al die tijd schuldig heb gevoeld tegenover haar man. Terwijl hij altijd goed voor me was geweest. Ik huilde dagelijks en duwde vaak een kussen tegen mij hoofd aan om maar niet te voelen in de hoop dat als ik de kussen zolang mogelijk tegen mijn hoofd aan hield, ik dan wel dood zou gaan. Ik vraag me nu af: wilde ik dood of wilde ik de pijn niet meer voelen? Bewust of onbewust ben ik een groot gedeelte kwijtgeraakt.”

Werd je verlangen om weer bij je moeder te zijn daardoor niet groter?

“Het verlangen naar mijn moeder is altijd gebleven, evenals als het contact waarin ik ook vaak aangaf dat ik niet meer bij mijn tante wilde blijven. Mijn moeder vroeg niet waarom maar wilde wel dat ik volhield. Ze wilde alles goed geregeld hebben voordat ze ons liet overkomen naar Nederland. Ik hield vol en door de donkere dagen heen had ik mijn vriendinnen waar ik mijn vreugde en plezier uit haalde en met wie ik ook samen naar school ging.”

13 Jaar geleden is je oudste zus overleden. Wat voor impact heeft dat gehad op de familie?

 “Het was voor ons allemaal even moeilijk en we gingen er allemaal anders mee om. Ik kon het moeilijk verwerken. Ik droomde veel over haar en dronk vaak om mijn gevoel te verdringen en kreeg last van paniek aanvallen. In december ga ik het liefst ook niet naar Suriname omdat het op een of ander manier veel te confronterend is. Maar als ik er ben, en ik rij langs de begraafplaats waar ze ligt, voel ik me schuldig. Ik had één wens; ik wilde graag met z’n allen naar Suriname gaan om Kerst te vieren met mijn oudste zus. Het heeft helaas niet zo mogen zijn. Die kans is mij voor altijd ontnomen. Mijn moeder is een sterke moeder maar na het verlies van haar oudste dochter is ze veel voorzichtiger en bezorgder geworden. Als gezin heeft het ons uiteindelijk dichter bij elkaar gebracht, maar toch praten we er niet over en dat vind ik jammer. We moeten verder, dat is de  toon die er wordt gezet. Door niet over haar te praten heb ik het gevoel alsof ze doen alsof ze nooit heeft bestaan. Ik ben blij dat mijn zus voor mijn geluk koos voordat ik haar verloor.”

Je hebt negen jaar therapie gehad daarvoor.

“Nee, niet alleen daarvoor, maar als het ware voor mijn hele leven. Ik had geen keus dan voor therapie te kiezen, want ik zat ontzettend met mezelf in de knoop en had hoofdstukken die ik niet kon afsluiten. Ik was depressief wat ervoor zorgde dat ik verkeerde keuzes maakte en mijn relatie daardoor op de klippen liep. Ik dacht dat ik alles alleen kon. Maar als je op een punt komt dat je niet kan eten en drinken, en daarvoor in de plaats bijvoeding krijgt, dan ben je wel heel ver. Bizar genoeg hebben mijn opleiding en mijn baan me toch op de been weten te houden. Maar daar tussendoor voelde ik me zo diep ongelukkig dat ik voor de trein wilde springen en dacht: als dit de dood is dan hoef ik niet dood te gaan, want het is geen paradijs. Wonderbaarlijk genoeg hoorde ik mijn zus haar stem op het moment dat die gedachte door me heenging en dat ik voor de trein wilde springen. Zij was mijn redding, daar geloof ik in. Op dat moment wist ik dat ik niet zo door kon gaan en huilde zoals ik nog nooit in mijn leven had gehuild.”

De een kiest voor pillen bij een depressie als ondersteuning, maar jij weigerde.

“Ik heb pillen altijd geweigerd, en wilde de kracht uit mezelf halen, al zou het twintig jaar duren. De pillen zouden mijn emoties onderdrukken en ooit zou ik van die pillen af komen. Als ik dat zou doen zou ik misschien opnieuw moeten beginnen.”

Aangezien je dacht dat je alles alleen kon, hoe ging je om met de eerste fase van je therapie?

“Het duurde een jaar, of langer, voor ik echt eerlijk was. Ik vertelde op het begin wat ze wilden horen maar de psycholoog, die mij hielp, is mijn redding geweest. Ze had ontzettend veel geduld met me. Ik ben haar oneindig dankbaar. Ik wist niet dat ik de dingen had meegemaakt die weer naar boven kwamen.”

Hoe voel je je nu na negen jaar therapie?

“Ik heb het dit jaar definitief afgerond. Ik ben niet heel veel veranderd want het verleden heeft me gevormd. Maar ik ben me superbewust van sommige emoties en reacties, waar ze vandaan komen en hoe ik ermee moet omgaan. Ik herken veel meer van mezelf. Ik weet ook wanneer ik rust nodig heb, serieus moet zijn of iets leuks moet doen. Ik weet nu hoe is het om liefde te ontvangen, in plaatst van altijd liefde te geven, en dat is zo’n fijn gevoel.”

Je valt op vrouwen. Hoe ging je hiermee om? In de Surinaamse samenleving is dat nog wel een beetje een taboe.

“Ik wist al op jonge leeftijd dat ik op vrouwen viel maar durfde het niet te zeggen. Ik was bang om mijn vriendinnen kwijt te raken aangezien zij mijn lichtpuntje waren. Ik voelde me anders dan mijn vriendinnen die genoten van de aandacht van de jongens in de klas of van de buurt. Zij werden verliefd en kregen vriendjes. Maar als ik versierd werd door een jongen nam ik altijd een paar stappen terug. Pas toen ik in Nederland was maakte ik de keus om te zeggen wat ik voelde, maar ook dat heeft een poosje geduurd. Ik wilde het gevoel, dat ik me aangetrokken voelde tot vrouwen, niet helemaal wegstoppen maar ik had wel zoiets van: waarom ik?”

 Hoe ben je uit de kast gekomen?

“Toen ik op mijn zestiende vanuit Suriname naar Nederland kwam, om mijn leven voort te zetten, was ik dolgelukkig dat ik weer met mijn moeder en zusje woonde. Maar ook daar moest ik aan wennen. Bladen, zoals de Hitkrant en de Break-out, die toen helemaal hot waren zorgden ervoor dat ik minder moeite had met mijn seksuele geaardheid. Ik hing posters op in mijn kamer van Katja Schuurman en ik keek naar de film ‘Costa’, en zag Katja zoenen met een vrouw en dacht: dit is het!! Dit is het helemaal! Ik begon op internet contact te zoeken. Dat was niet eng, omdat het op afstand was, maar als puntje bij paaltje kwam sprak ik nooit af. Want het moment dat ik zou afspreken, en het zou fijn voelen, dan was het bevestigd dat ik lesbisch ben. Ergens diep vanbinnen wilde ik het nog altijd wegstoppen. Gelukkig had ik mijn zusje wie ik kon vertrouwen. Ik vertelde het haar, maar ze had het allang in de gaten. De manier hoe ik met jongens omging, hoe ik me gedroeg en hoe ik me kleedde, was duidelijk genoeg. Toen ik mijn eerste vriendin leerde kennen, en haar kuste, wist ik 100 procent zeker dat ik niet terug kon en wilde. Alles viel op z’n plek. Ik moest het mijn moeder vertellen. Ik belde haar om te vertellen dat ik iets met haar wilde bespreken.”

Waarom heb je het niet face to face verteld?

“Ik wilde het op afstand vertellen want dan kon ze me niet vermoorden; haha! Ik kan me het telefoongesprek nog als de dag van gisteren herinneren.

“Ma, hou je van mij?” vroeg ik.

“Ik hou van al mijn kinderen.” antwoordde ze.

“No matter what?”

 “Hoe bedoel je?”

“Ja ma, je weet toch?”

“Ik weet niets. Wat is er?” vroeg ze ongeduldig.

 Mijn hart bonkte zowat uit mijn keel toen ik het haar vertelde dat die vriendin, waarmee ze mij had gezien, niet zomaar een vriendin was maar ‘mijn vriendin’ en wij een relatie hadden. Ze vroeg me of ik daarom zo moeilijk aan het doen was en dat ze het al jaren wist. Ze wilde het me niet vragen, ik moest het zelf zeggen. Ik was helemaal van slag en zei dat ik me al die jaren druk had gemaakt om haar gevoelens terwijl ze het al wist. Ik voelde me verraden en hing boos op;  haha! Er zijn een paar mensen in mijn familie die het niet accepteren, maar het belangrijkste is mijn moeder. Als zij het niet accepteerde had ik een ander leven gehad. Haar mening is voor mij ontzettend belangrijk en dat heb ik eigenlijk wel met alles. Mijn moeder is een sterke vrouw en erg liefdevol. We botsen veel met elkaar, maar dat komt omdat we op elkaar lijken, maar qua kracht is zij mijn voorbeeld.”

Je hebt een zoontje D’Jaylano met je ex-vriendin. Hoe doen jullie dat samen?

 We hebben een hele goede band en co-ouderschap zorgt voor dagelijks contact, en we bepalen alles samen en maken ook samen belangrijke keuzes. Voordat ik haar ontmoette had ik een relatie van zeven jaar achter de rug. Ik geloofde niet echt meer in relaties, en we wisten beiden dat we niet bij elkaar zouden blijven, maar ik wilde dat zij de moeder werd van mijn kind. Maakt niet uit wat er gebeurde en andersom wilde zij dat ook. Die keuze maakten we uit liefde. We hebben het ook echt samen gedaan en uit liefde is onze zoon verwekt. Aan de ene kant is het dubbel, maar we waren er samen van overtuigd dat we het samen heel goed zouden doen. Het eerste jaar zijn we ook samengebleven zodat ik elke kleine stap en verandering meemaakte. Nu is hij de even weken bij mij en de oneven weken bij haar. Zodra hij naar school gaat zal dit natuurlijk veranderen en ga ik dichterbij de moeder van mijn kind wonen.”

 Wat zou je je zoon mee willen geven?

“Dat hij verdrietig mag zijn en veel mag knuffelen met zijn ouders. Ik doe erg mijn best om hem te laten voelen dat hij niet alleen een kind is maar dat hij als persoon ook meetelt, hoe klein hij ook is. Ik zeg hem elke dag hoe veel ik van hem hou, hoe slim hij is en hoe trots ik op hem ben.”

Wat is je grootste angst?

“Ik ben als de dood dat iemand mijn zoon pijn doet. Maar dat is mijn angst en ik wil niet dat het hem beperkt. Maar het liefst bescherm ik hem. D’Jaylano is simpelweg mijn zuurstof.”

Je geloofde niet in relaties maar je hebt nu wel één. Hoe sta je er nu in?

“Hoewel ik nu liefde kan ontvangen op een andere manier dan ik gewend was vind ik het nog wel een ingewikkeld iets. Ik heb blind in de liefde geloofd tijdens mijn eerste relatie. Dat is wel een beetje veranderd. Maar het gaat goed tussen ons, het is leuk en we gaan ervoor.

 Als je aan Suriname denkt, wat voel je dan?

“Ik heb daar een dubbel gevoel bij. Aan de ene kant is het een land waar ik ontzettend trots op ben, maar aan de andere kant is er voor mij een nare bijsmaak. Ik ben wel van plan om me volgend jaar in te zetten voor weeskinderen. Ik wil graag een weeshuis opzetten, in de toekomst, waar ze niets tekortkomen. Als je geen ouders hebt ontbreekt er al zoveel. Ik wil de pijn en het gemis enigszins verzachten.”

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.